Dresden, 9 augustus 1887 – Flossenbürg, 9 april 1945
Hans Oster is de zoon van Julius Augustus Oster, een protestantse geestelijke, en Marie Pauline Oster-Breymann. Na zijn middelbare schoolopleiding trad hij in 1907 in dienst van het Duitse leger.
In de jaren van grote inflatie weet hij het familievermogen in stand te houden door met grote bedragen op de beurs te speculeren.
De Eerste Wereldoorlog diende Oster als artillerieofficier en werd in het laatste oorlogsjaar ingedeeld bij de Generalstab. Hans Oster bleek over geniale organisatorische kwaliteiten te beschikken en was een meester in het vergaren van vitale informatie. Na de Eerste Wereldoorlog werd hij Generalstabsoffizier bij het Wehrkreiskommando IV in Dresden. Tussen 1924 en 1929 diende Oster als Batterie Chef en Stabsoffizier bij het 2e. Preussisch Artillerie-Regiment om vervolgens als Majoor bij de Stab, 6. Division te worden geplaatst. Vanwege een affaire met de vrouw van een andere officier werd hij in in april 1933 ontslagen uit de dienst.
In mei 1933 werd hij echter alweer in dienst gesteld door Franz Halder bij het Forschungsamt van de Luftwaffe, een soort geheime dienst van de Luftwaffe zelf. Halder stelde hem ook gelijk aan als burgermedewerker bij de Abwehrabteilung des Reichswehrministeriums onder generaal Bredow.
De moord in 1934 op zijn voormalige hogere officieren Kurt von Schleicher, Bredow en de vernedering van Werner von Fritsch leidden er toe dat Hans Oster groeiende haat tegen Hitler en de NSDAP ging ontwikkelen.
In 1935 werd Admiraal Wilhelm Canaris benoemd tot de nieuwe chef van de Abwehr en werd Hans Oster aangesteld als zijn vervanger.
Ten tijde van de Sudetencrisis in 1938 was hij één van de leidende figuren binnen de beweging in de Wehrmacht die een oorlog probeerde te voorkomen. Oster was er toen al van overtuigd dat een omverwerping van het naziregime alleen mogelijk zou zijn indien Adolf Hitler zou worden vermoord. In september 1938 planden opstandige leden van de Wehrmacht een couppoging. De coup zou worden ondernomen onder leiding van Majoor Wilhelm Heinz, met wie was overeengekomen dat Hitler zou worden doodgeschoten bij een uitgelokt schietincident tijdens een geplande commando aanval op de Rijkskanselarij.
Hitler had, eind september 1938 aan de Tsjecho-Slowaakse grens een groot leger samengetrokken om de Duitse bevolking van Sudetenland te beschermen. Omdat Engeland en Frankrijk bang waren dat dit het begin zou worden van een nieuwe wereldoorlog, besloten zij op 30 september tijdens een conferentie waarbij Mussolini als bemiddelaar optrad, in München akkoord te gaan met het stationeren van het Duitse leger in Sudetenland om de bevolking te beschermen. De geplande staatsgreep gaat door deze vreedzame oplossing van de Sudetencrisis niet door.
Na de inval in Polen speelde Oster een cruciale rol door informatie over de voorgenomen aanvals data door te spelen aan de landen die zouden worden aangevallen. Door het vele keren verschuiven van de aanvals data werden de waarschuwingen door de diverse legerleidingen steeds minder geloofd.
Zijn beste persoonlijke vriend is de Nederlandse militair attaché in Berlijn, majoor Bert Sas. De twee ontmoeten elkaar regelmatig en via Bert Sas geeft Oster de details van het aanvalsplan aan Nederland door. Onder de gegevens die hij doorspeelt zijn niet alleen de steeds door Hitler veranderende aanval data voor Nederland, maar ook de datum voor de aanval op Denemarken en Noorwegen, de inzet van parachutisten voor de gevangenname van de Nederlandse koninklijke familie, en de aanvalsroute van de 9e pantserdivisie.
Op de avond van de 9e mei 1940 was er een informele bijeenkomst in Berlijn van diverse diplomaten. Aan het begin van de avond nam de Duitse abwehr officier Hans Oster de Nederlandse militair attaché Majoor Bert Sas en de Belgische Kolonel Goethals apart en waarschuwde dat de inval van Nederland, België en Luxemburg met de codenaam “fall Gelb” in die nacht zal worden ingezet. De Majoor Sas stuurde rond 22.30 een telegram naar Den Haag met de volgende inhoud :
“Het is zover. Morgen om 04.35. Sterkte”
Het bericht kwam even na middernacht aan in Den Haag. Aanvankelijk ontstond er verwarring over de term “morgen”. Was dat de reeds begonnen dag of een dag later, 11 Mei? Ook was er een zekere mate van scepsis over de betrouwbaarheid van het bericht. Bij de inlichtingendienst was men in Den Haag op de hoogte van de vriendschappelijke relatie tussen Bert Sas en Hans Oster. Maar door het vele keren verschuiven van de aanvals-data werd de waarschuwing door de legerleiding niet geloofd.
Doordat Eelco van Kleffens de Nederlandse minister van buitenlandse zaken op de ochtend van 10 mei, hals over kop, met een watervliegtuig vanaf het strand van Scheveningen vertrekt naar Engeland vergeet hij een koffer met papieren mee te nemen. Als de Duitsers na de capitulatie bezit nemen van de verschillende regeringsgebouwen ontdekken zij de koffer met daarin het telegram van, van Sas. Het is de Duitse legerleiding duidelijk dat de aanvalsplannen op Den Haag verraden zijn, hoewel het telegram niet verwijst naar Oster gaat de verdenking van het verraad wel uit naar hem vanwege zijn vriendschap met Sas en Goedhals. Canaris weet echter een onderzoek onder zijn leiding in de archieven van de Nederlandse inlichtingendienst te starten, en zorgt er daarmee voor dat er niets belastend tegen Oster wordt gevonden.
Als stafchef binnen het Oberkommando van de Wehrmacht, trad Oster op als initiatiefnemer van verzetsactiviteiten binnen de Wehrmacht en hielp hij ook mensen die door het regime werden vervolgd. Hij kreeg daarbij ondersteuning van Canaris.
Ondanks het wantrouwen in de richting van Oster werd hij in 1942 bevorderd tot de rang van generaal-majoor. In februari 1943 leverde Hans Oster de explosieven aan kolonel Henning von Tresckow voor een voorgenomen aanslag op Hitler door leden van Heeresgruppe Mitte tijdens een bezoek van Hitler aan hun hoofdkwartier in Smolensk op 13 maart. De aanslag zou uiteindelijk niet plaatsvinden omdat de plannen waren uitgelekt.
Toen in 1943 Hans von Dohnanyi, een medewerker van Oster, wegens staats vijandige activiteiten werd opgepakt, kwam Hans Oster zelf ook onder verdenking te staan en vanaf dat moment werden zijn gangen nagegaan door de Gestapo.
In 1944 kwamen de activiteiten van Canaris aan het licht en deze werd ontslagen als hoofd van de Abwehr. Hierna neemt Heinrich Himmler zelf de leiding van de Abwehr over. Al snel verdenkt Himmler, Oster van hulp aan joden. Op 31 maart werd Oster ontheven uit zijn functie en onder huisarrest geplaatst omdat Himmler hem niet langer vertrouwde.
Na de mislukte bomaanslag op Hitler op 20 juli 1944 door kolonel Graf von Stauffenberg, kwam aan het licht dat Oster na de omwenteling zou gaan optreden als voorzitter van het in te stellen Reichskriegsgericht. Op 21 juli werd Oster samen met Canaris, die ook bij de aanslag betrokken was, gearresteerd en beide opgesloten in Flossenburg .
Op 9 april, negen dagen voordat Amerikaanse troepen het concentratiekamp Flossenbürg zouden bereiken, werden Wilhelm Canaris, Hans Oster, Dr. Hans von Dohnanyi en pastoor Dietrich Bonhoeffer opgehangen door leden van de SS.
Hans Oster wordt als verzetsstrijder tegen het Nationaal Socialisme herinnerd met een plaquette aan de gevel van zijn voormalige woonhuis aan de Bayerischstrasse 9 in Berlijn en in Kamp Flossenburg door het monument ter herinnering aan allen die omkwamen het kamp.