Boek

Op deze pagina vindt u een selectie uit de biografie van Nicolaas Johannes Gerardus (Nico) Sikkel die ik op dit moment aan het schrijven ben.

In de biografie is er bijzondere aandacht voor zijn familie relaties, rol als plaatsvervangend officier van justitie, commandant van de binnenlandse strijdkrachten en zijn functie als Procureur Fiscaal bij de bijzondere rechtspleging in Amsterdam.

Advocaat, Officier van Justitie en verzetsman, maar niet onomstreden.

Eigenzinnig, rechtlijnig, met soms harde uitspraken als “Hanny Schaft is dood, maar deze hier leeft nog!” of “ik ben een antisemiet, verafschuw het communisme maar heb een nog grotere hekel aan Duitsers.”

De levensloop van Nicolaas Johannes Gerardus Sikkel

Advocaat op het kantoor van zijn zwager P.S. Gerbrandy, gerechtelijk ambtenaar bij het openbaar ministerie in Middelburg, plaatsvervangend officier van justitie in Haarlem, Procureur fiscaal bij het bijzondere gerechtshof en Officier van justitie in Haarlem.

Familie en relaties

Zijn vader is de binnen de gereformeerde kerk de gerespecteerde dominee Ds. J.C. Sikkel. Zijn moeder, Hendrina Odink, is de tweede echtgenote van Ds. Sikkel.

Uit zijn eerste huwelijk heeft Ds. Sikkel een dochter die later zal trouwen met P.S. Gerbrandy, Nederlands premier in oorlogstijd.

In 1926 trouwt Nico Sikkel met Catharina Bodenhausen, dochter van Christiaan Bodenhausen die na een cariëre als inspecteur gemeentelijke belastingen in Amsterdam, Directeur van het departement financiën in Nederland Indië en in 1939 kortstondig Minister van Financiën is in het kabinet Colijn V.

De familierelatie tussen Nico Sikkel en Pieter Sjoerds Gerbrandy

In deze biografie is er uitgebreid aandacht voor de relatie en contacten tussen Nico Sikkel en zijn zwager Gerbrandy voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog, hun contacten met de Duitse bezetter, controversiële opdrachten aan het verzet, het toevoegen en het laten verdwijnen van stukken in strafdossiers bij de bijzonder rechtspleging.

Wat maakte Nico Sikkel zo invloedrijk.

Nico Sikkel had tijdens de oorlog op veel gebieden grote invloed. Zo was hij, als plaatsvervangend O.v.J. in staat om zaken buiten de Duitsers te houden. Zo kreeg hij via politiefunctionarissen bij verschillende korpsen informatie over op handen zijnde invallen en arrestaties door de Duitsers.

Tijdens de bezettingsjaren had Nico Sikkel regelmatig contact, via de Zwitserse weg, met zijn zwager Gerbrandy in Londen.

Binnen het verzet heeft hij contact met politiefunctionarissen die ook actief aan het verzetswerk meewerken. Sikkel creëert op deze wijze een flink netwerk waar hij ook bij de vervolging van oorlogsmisdadigers en NSB’ers voor het bijzonder gerechtshof gebruik van maakt.

Na de oorlog.

Na de oorlog is hij benoemd tot procureur fiscaal bij het bijzondere gerechtshof in Amsterdam. Er was verbazing over deze benoeming omdat zijn hoogste functie tot dat moment die van plaatsvervangend officier van justitie was geweest.

Boze tongen beweerden dat hij deze functie te danken had aan zijn zwager Gerbrandy die er weer belang bij zou kunnen hebben om Nico Sikkel zijn voorganger minister president Dirk de Geer bij het bijzonder gerechtshof te laten vervolgen. Ook zou Gerbrandy er verantwoordelijk voor zijn dat er nooit een onderzoek heeft plaatsgevonden naar de gedragingen van Nico Sikkel tijdens de oorlog.

Telkens, zelfs tot jaren na zijn dood, staken hardnekkige geruchten de kop op over de betrokkenheid van Nico Sikkel bij de affaire Menten en de Velser affaire.

En er worden door voormalige leden van het verzet twijfels geuit over het nut en de noodzaak van door Sikkel gegeven opdrachten aan het verzet in Haarlem en de Haarlemmermeer tot het uitvoeren van risicovolle operaties. Een van Sikkels opdrachten als commandant van de binnenlandse strijdkrachten aan het verzet in de Haarlemmermeer wordt door de plaatselijke verzetsleider, de latere burgemeester Cor van Stam, volledig genegeerd.


Geboorteakte Nico Sikkel 01-09-1898 gemeente Den Haag

1897 – 1940 Jeugd, student, advocaat en gerechtelijk ambtenaar

De vader van Nico Sikkel, de in die tijd landelijk bekende dominee Johannes Cornelis Sikkel, trouwde in 1884 met Christina Odink, ze kregen 6 kinderen. Drie maanden na de geboorte van het 6e kind overlijdt Christina Sikkel-Odink.

Op 12 augustus 1896 hertrouwde Ds. Sikkel met Hendrina Elisabeth Odink. Zij is de zes jaar jongere zus van zijn eerste echtgenote. Uit deze relatie worden nog twee dochters en drie zonen geboren, onder wie op 01 september 1897 in Den Haag, Nicolaas Johannes Gerardus (Nico) Sikkel.

In 1899 verhuisde het gezin naar Amsterdam waar Nico na het gymnasium rechten ging studeren aan de Vrije Universiteit. In die tijd kwam Pieter Sjoerds Gerbrandy als catechisant bij Ds. Sikkel. Daar ontmoet hij de domineesdochter Hendrina. Zij trouwen en Gerbrandy vestigt zich als advocaat in Sneek.

Na zijn studie rechten gaat Nico Sikkel als advocaat werken op het kantoor van zijn zwager in Sneek. In die tijd ontmoet hij daar Catharina Bodenhausen.

Enige jaren later aanvaardt hij een functie als gerechtelijk ambtenaar bij het openbaar ministerie in Goes. In december 1926 trouwt hij in Genua met Catharina Bodenhausen, dochter van voormalig directeur belastingen in Amsterdam en vicepresident van de Raad voor Nederlands-Indië.

Na de opheffing van het kantongerecht in Goes wordt Nico Sikkel aangesteld als plaatsvervangend officier van Justitie in Middelburg. 4 jaar later vertrekt Nico Sikkel naar Haarlem om daar, eveneens als plaatsvervangend officier van justitie, aan het werk te gaan.

Rechtbank Haarlem Jansstraat 81

1940 – 1945 De tweede wereldoorlog

Gedurende de Tweede Wereldoorlog bleef Nico Sikkel werken als plaatsvervangend officier van justitie in Haarlem. Door zijn aanblijven kon hij zaken, die overgedragen moeten worden aan de Duitsers, regelmatig zelf afhandelen. Zo liet hij een locatie in het “sperrgebiet” de duinen bij Zandvoort waar een jongen van 17 was aangehouden die hierdoor aan de Duitsers zou moeten worden overgedragen in het proces-verbaal wijzigen in een locatie buiten het voor burgers verboden gebied.

Ook had hij, door zijn contacten met verschillend politiefunctionarissen in Haarlem en omliggende plaatsen al heel snel veel informatie over ophanden zijnde arrestaties of razzia’s waardoor hij zijn contacten binnen het verzet opdracht kon geven personen naar onderduikadressen te brengen. Binnen het verzet had hij te maken met Hannie Schaft, Jan Bonekamp, de zusjes Truus en Freddie Oversteegen en de kunstenaar Mari Andriessen, die in zijn atelier een wapendepot voor het verzet had verstopt.

Via de “Zwitserse weg” en de rector van het Amsterdamse Lyceum hield Sikkel vanuit Haarlem contact met zijn zwager Gerbrandy in Londen.

Tegen het einde van de oorlog is Nico Sikkel aangesteld als commandant van de binnenlandse strijdkrachten gewest 12, niet strijdende gedeelte (NS).

Bijzonder gerechtshof Amsterdam (publieksingang hoek Herengracht – Nieuwe Spiegelstraat)

1945 – 1954 Na de bezettingstijd

Kort na de bevrijding wordt Nico Sikkel benoemd tot procureur fiscaal bij het bijzondere gerechtshof in Amsterdam. Al vrij snel na zijn aanstelling wordt hij tijdelijk plaatsvervangend procureur-generaal omdat de benoemde procureur-generaal Johan van Thiel wordt gestaakt. Het optreden van Van Thiel aan het begin van de oorlog, onder andere bij de reorganisatie van de Amsterdamse politie, is onderwerp van onderzoek. Tussen Sikkel en van Thiel zal nog regelmatig een competentiestrijd binnen de bijzondere rechtspleging ontbranden.

Sikkel vervolgt als P.F. de voormalige Minister president de Geer, zwarthandelaar Pas uit Soest en Irma Seelig die ervan wordt verdacht mede verantwoordelijk te zijn voor het oprollen van de verzetsgroep CS 6 waar de schrijfster Reina Prinsen-Geerligs en de gebroeders Boissevain lid van waren

Na het opheffen van het bijzondere gerechtshof in Amsterdam keert Nico Sikkel in november 1949 terug als officier van Justitie naar Haarlem.

Eind 1953 wordt hij ernstig ziek en overlijd op 17 januari 1954 in het Haarlemse Elisabeth ziekenhuis.

Nico Sikkel werd op 19 januari 1954 in besloten kring, alleen de naaste familie was aanwezig, gecremeerd in het crematorium van Driehuis-Westerveld.

Na zijn overlijden duikt zijn naam op in de geruchtmakende zaak de “Velser Affaire”.